Pesten: expert Gie Deboutte aan het woord

pesten

Groeimee.be legde enkele veel gestelde vragen voor aan Gie Deboutte, voorzitter van het Vlaams Netwerk Kies kleur tegen Pesten.  

Wat is het verschil tussen pesten en plagen?

Gie Deboutte: ‘Plagen is niet kwaadaardig. Het zegt: ik zie je graag, en daarom ga ik een spelletje aan. Het hoort bij het zoeken naar een positieve relatie.
Pesten is uitgesproken negatief gedrag. Degene die pest, doet er een schep bovenop als hij ziet dat het slachtoffer bang en opgejut is. Soms gebruikt de pester dat niet zo duidelijk onderscheid als excuus: het was maar om te plagen. Het slachtoffer voelt het verschil wel: het gebeurt te vaak en ik heb al laten merken dat ik het niet leuk vind. Maar meestal reageren slachtoffers niet omdat ze zich al zwakker voelen. ‘

Hoort pesten bij het groot worden?

Gie Deboutte: ‘Deels hangt het samen met de ontwikkeling: kinderen moeten leren omgaan met anderen, met frustraties. Kinderen leren hoe ze hun plekje verwerven in de groep. Ze oefenen dat op school, in de jeugdbeweging, in de sportclub … Fouten maken zoals ruzie maken, iemand uitsluiten, pesten … horen daarbij, maar het is enorm belangrijk dat volwassenen en kinderen onderling duidelijk tonen dat dit gedrag niet ok is. Tussen 10 en 14 jaar zien we een piek in het pesten. Vanaf 15, 16 jaar daalt het pestgedrag. Jongeren geven minder toe aan groepsdruk en zien beter het onderscheid tussen wat kan en niet kan.’

Volwassenen en kinderen onderling moeten duidelijk tonen: pestgedrag is nooit ok

Waarom begint iemand te pesten?

Gie Deboutte: ‘De laatste 15 jaar weten we uit onderzoek dat pesten erg groepsgebonden gedrag is. Pesters hebben een uitgesproken behoefte om erbij te horen, van betekenis te zijn. Ze willen voelen dat ze invloed hebben en de groep naar hun hand kunnen zetten. Hun status groeit, ook door negatief gedrag. De anderen zijn onder de indruk: de pester bepaalt wie mag meespelen bijvoorbeeld. Vaak gaan kinderen tegen hun eigen gevoel in, en stellen ze ander gedrag uit ontzag voor de pester. Een aanpak zoals KIVA (een Fins programma) geeft kinderen inzichten en laat hen oefenen: hoe toon je verzet, en hoe toon je dat je niet wil meedoen met de pester.’

Maakt pesten je weerbaarder in je latere leven?

Gie Deboutte: ‘Een kleine minderheid zag later zeggen, ik heb daar iets uit geleerd. Onderzoek en praktijk toont dat de negatieve invloed op de meeste slachtoffers heel lang, soms levenslang, nazindert. Hun zelfvertrouwen, hun zelfbeeld en hoe ze naar anderen kijken, is beschadigd. Ga er dus niet vanuit: mijn kind moet hier doorheen, als ouder hou ik beter wat afstand. 
Op het moment dat je kind praat over het pesten, zit het al heel hoog. Dan is het zaak om er echt te zijn voor je kind. Kwetsuren genezen sneller als je hen serieus neemt en luistert zonder oordelen of beschuldigingen.’ 

Worden sommige kinderen vaker gepest dan anderen?

Gie Deboutte: ‘Eigenlijk zijn alle kinderen die iets anders zijn dan hoe veel mensen de doorsnee norm in hun hoofd hebben (wat die ook moge zijn), extra kwetsbaar. Kinderen die al kwetsuren opliepen (een moeilijke thuissituatie, een vechtscheiding, een afwezige ouder …). Kinderen met veel empathie, die wat timide zijn of geen aangeboren stoerheid in zich hebben. 
Kinderen met een ander kleurtje dan de meerderheid van de groep. Kinderen met een beperking, met ASS of autisme, vaak omdat ze wat moeilijker begrijpen wat er gebeurt in de groep. Kinderen met ADHD walsen soms over de groepsregels heen, en dat kan de groep irriteren. 
Kinderen die zwaarlijvig zijn. Kinderen uit kwetsbare gezinnen, die soms niet de hipste brooddoos, schoenen of kleren hebben. Kinderen die een tikje excentriek zijn, wiens hobby’s en interesses afwijken van wat veel kinderen leuk vinden. 
Alle volwassenen samen hebben als opdracht om kinderen te leren omgaan met die grote diversiteit. Jouw voorbeeldrol is enorm belangrijk: hoe reageer jij op al die verschillen? En het gaat breder: hoe spreken we in de maatschappij over vluchtelingen, mensen met een beperking …  

Je kind komt vaak niet zelf vertellen dat het gepest wordt. Je kind dat niet meer goed in zijn vel zit, lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak en verdwenen of kapotte spullen kunnen een teken zijn dat je kind gepest wordt.

Hoe merk je dat je kind gepest wordt?

Gie Deboutte: ‘Eerst en vooral: heel vaak komt je kind niet spontaan vertellen over het pesten. Ze vinden dat ze falen in de groep en denken dat daar niet veel aan te doen is. Vaak willen ze jou als ouder sparen. 

Wat kunnen dan signalen zijn? Als je kind verandert: van vrolijk naar teruggetrokken, van sociaal en open naar een kind met een kort lontje en veel frustratie en verdriet. 
Ook lichamelijke klachten kunnen een signaal zijn. Als de mond zwijgt, gaat het lichaam spreken. Buikpijn, hoofdpijn, blokkade van de spieren … Een huisarts die dergelijke klachten vaststelt zonder duidelijk ziektebeeld, moet durven doorvragen: ‘Hoe gaat het op school, hoe gaat het met je vrienden?’
Soms verdwijnen er ook spullen, of komt je kind thuis met een gescheurde jas, blauwe plekken of een kapotte boekentas. Je kind wordt niet meer uitgenodigd op verjaardagsfeestjes, of wil geen vriendjes meer uitnodigen thuis. 
Dan is het tijd om een rustig moment te zoeken om in gesprek te gaan met je kind. Vaak is het makkelijker als je iets aan het doen bent: onderweg in de auto, tijdens een wandeling met de hond, op weg naar de winkel … Vertel wat je gezien hebt en vraag of er iets scheelt. Verwacht niet dat je kind onmiddellijk met zijn verhaal op de proppen komt. Het is vooral belangrijk om te tonen dat je er bent voor je kind en dat hij bij jou terecht kan.’ 

Je kind wordt gepest. Als ouder schrik je enorm en word je kwaad: ‘Ik ga eens goed vertellen aan de pester dat dit moet stoppen’. Goed idee?

‘Soms kan dat goed aflopen, maar de kans dat het verkeerd gaat, is veel groter. Om heel wat redenen. Ten eerste hoor je als ouder niet altijd het volledige verhaal. Ten tweede ga je hiermee voorbij aan wat je kind wil. En ten derde, als je als ouder op het terrein van de school, sportclub, jeugdbeweging komt, heb je niet genoeg invloed om de situatie te veranderen. Je kind is angstig omwille van de pesterijen. Als jij terug weg bent, staat hij weer alleen tegenover de pester. Dan komt jouw actie als een boemerang terug in zijn gezicht. 

Neem het verhaal van je kind dus zeker serieus, maar bekijk samen met je kind welke stappen jullie kunnen zetten. Ga samen in gesprek met school of club, en vraag om niet onmiddellijk te reageren maar zelf eerst goed te observeren. Zo vermijd je dat je kind als klikspaan bekeken wordt. Door de situatie goed in te schatten, kan de school of de club ook het ganse verhaal zien. Wie heeft de touwtjes in handen, wie pest mee uit angst, welke invloeden spelen er allemaal?’

Je kind weerbaarder maken door training, een goed idee?

Gie Deboutte: ‘Therapieën of programma’s die werken aan zelfvertrouwen, kunnen helpen om de schade van het pesten te herstellen. Het echte pesten stop je op deze manier niet.
Integendeel. Een kind dat gepest wordt, voelt zich al angstig en onzeker. Als je dan gaat zeggen: als jij meer zelfvertrouwen krijgt, zal het pesten stoppen, leg je de volle verantwoordelijkheid bij het slachtoffer. 
Het is veel effectiever om als opvoeders in te zetten op een goed groepsgevoel, waarbij aan vertrouwen en onderlinge banden gebouwd wordt. In scholen noemen we dat ‘de gouden weken’: de eerste weken van het schooljaar, waarin de klasgroep gevormd wordt, zijn zo belangrijk. Als de groep dan goed draait en op elkaar ingespeeld geraakt, dat is de beste preventie tegen pesten!’

De boodschap 'als jij meer zelfvertrouwen krijgt, zal het pesten stoppen', legt alle verantwoordelijkheid bij het slachtoffer, dat door het pesten al angstig en onzeker is

Hoe verhoudt cyberpesten zich tot het gewone pesten?

Gie Deboutte: ‘Cyberpesten is een verlengstuk van het gewone pesten. Hoewel smartphones een grote rol speelt in het leven van bijna alle kinderen en jongeren, zorgt dat er niet voor dat cyberpesten de bovenhand haalt. Contact via social media is vooral een middel om met elkaar in verbinding te staan, om elkaar complimenten en likes te geven. Een minderheid gaat over tot cyberpesten, meestal als extra middel om invloed te hebben op het slachtoffer. 
Wordt je kind ook online gepest, dan voelt het zich vaak nergens meer veilig. Het pesten gaat door, ook na schooltijd, vaak ook ’s nachts. Scholen die inzetten op samenhorigheid, zien dat er minder gecyberpest wordt. Uiteraard is ook mediaopvoeding belangrijk. Hoe ga je met elkaar respectvol om, ook online?’

Stel, je kind vertelt over een kind dat gepest wordt. Je kind zit daar heel hard mee in maar voelt zich niet sterk genoeg om zelf te reageren of er tegenin te gaan.

Gie Deboutte: ‘Zeg dat je het knap en moedig vindt dat je kind dit vertelt. Het is normaal dat je kind niet weet hoe te reageren. Ook volwassenen weten het niet altijd. Belangrijkste is dat je steun geeft aan je kind. Luister goed naar wat er aan de hand is. Ziet het er als pesten uit? Hou er rekening mee dat je kind bang is om zelf het mikpunt van de pesterijen te worden, of als klikspaan te worden gezien. Het is belangrijk dat de school of club voorzichtig met die informatie omgaat: observeren wat er aan de gang is en dan daarop inspelen.’

Ouders van een kind dat pest, vragen zich vaak af: ‘zo heb ik mijn kind toch niet opgevoed’. Ze zijn kwaad en begrijpen niet van waar dat gedrag komt. Welke raad geef je hen?

Gie Deboutte: ‘Eigenlijk moet je hetzelfde doen als de ouders van het slachtoffer: je moet heel goed luisteren wat er zich afspeelt. Je geeft je kind het signaal: ‘Ik schrijf je niet af, ik zal je niet veroordelen. Maar als het waar is dat je iemand hebt (mee)gepest, dan wil ik dat dat stopt.’ Door op die manier in gesprek te gaan, vermijd je een woede-uitbarsting of een machtsstrijd. Misschien krijg je te horen dat je kind zich niet kon verzetten tegen sociale druk, of dat het zelf vanuit onzekerheid begon te pesten. Je kan daarvoor begrip tonen en kijken hoe je je kind kan ondersteunen, maar trek een duidelijke lijn over gedrag dat je niet tolereert. Laat je kind zijn verantwoordelijkheid opnemen: sorry zeggen, en aan die excuses ook liefst iets koppelen: een gesprek, of een activiteit met pester en slachtoffer samen. Enkel als dat veilig voelt voor het slachtoffer wel te verstaan. Ik zie soms mooie dingen gebeuren: pester en gepeste die elkaars talenten ontdekken door in gesprek te gaan, en die talenten als blaadjes aan een boom te hangen. Toen de zorgleerkracht na enkele sessies dacht dat het wel ok was, gaven de kinderen aan dat ze nog wel meer tijd met elkaar wilden doorbrengen. Er was toch een soort van vriendschap ontstaan. Dat toont dat elkaar leren kennen een krachtige manier is om het pesten te overstijgen. Dat is een belangrijk signaal voor de andere kinderen: de leider van de groep aanvaardt nu dit kind in de groep. Het is nog sterker als je het kan doen met de ganse groep, waarbij meer kinderen verantwoordelijkheid nemen.
Een gouden tip is om kinderen die van nature leiderschap opnemen, te waarderen als positieve leiders in een groep en hun aandeel zichtbaar te maken. Dan groeien ze en kan de sfeer positief bevorderen.’

 

Liever luisteren?

Van dit gesprek maakten we ook een podcast, onderdeel van de Groeimee.be reeks over opvoeden. Voor wie liever luistert dan leest.

 

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.