Kinderen in het verkeer

Op pad met je kinderen

Door met je kinderen van jongs af aan dagelijks samen te stappen, te fietsen of het openbaar vervoer te gebruiken, stimuleer je hun vaardigheden in het verkeer. Hierdoor zullen zij zich op een bepaalde leeftijd, afhankelijk van hun persoonlijke ontwikkeling, veilig en alleen in het verkeer kunnen bewegen. Het is goed voor hun zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Als kinderen constant als passagier in de auto meerijden, leren ze niet om zich zelfstandig te verplaatsen. Oefening baart kunst en dat is zeker ook hier het geval.

 

Dossier opgemaakt in samenwerking met Mobiel21

Wat is het?

Als ouder wil je dat je kind zich veilig en verantwoord in het verkeer gedraagt. Daarvoor is meer nodig dan enkel de verkeersregels kennen. Ook situaties inschatten, hoffelijk gedrag en aandacht voor het drukke verkeer moet je kind oefenen. Daarbij komt dat ouders vaak schrik hebben als hun kind zich alleen in het verkeer begeeft. Jammer genoeg vallen er nog steeds te veel verkeersslachtoffers en is de zwakke weggebruiker vaak de dupe. 
 
Veel oefening helpt kinderen omgaan met het drukke verkeer. Door regelmatig samen op pad te gaan, oefenen ze hun motorische vaardigheden en kan jij hen de verkeersregels en de verkeersborden uitleggen. Kinderen merken ook het belang van steeds aandachtig te zijn in het verkeer. Maar er is nog zoveel meer.
 
Door als ouder bewust om te springen met het gebruik van de wagen en eerst andere transportmogelijkheden te bekijken, geef je het goede voorbeeld aan je kinderen. Die imiteren immers het gedrag van hun ouders. Ken je het STOP-principe? Dat staat voor: Stappen-Trappen-Openbaar vervoer-Passagier.
Het STOP-principe is een goede basis om te beslissen hoe je je verplaatst
Voor  korte afstanden gaan we te voet. Voor iets langere afstanden nemen we de fiets of het openbaar vervoer. Pas als het echt niet anders kan, gebruiken we de auto. Als je dit consequent toepast, zal je kind dit evident vinden.
 
Als ouder sta je er niet alleen voor. Ook scholen hebben de verantwoordelijkheid om aandacht te besteden aan verkeers- en mobiliteitseducatie.
In de meeste scholen krijgen de leerlingen zowel theoretische verkeerslessen, als praktische trainingen. Oefenen gebeurt stapsgewijs: eerst  op het terrein van de school, dan in de nabije schoolomgeving en ten slotte in het echte verkeer. Scholen kunnen hiervoor beroep doen op externe partners, zoals politie, ouders of een Fietsmeester. Sommige scholen laten een verkeerseducatieve route of VERO opmaken om hun leerkrachten te ondersteunen. Dat is een route in de schoolomgeving waar leerkrachten (en ouders) regelmatig met de kinderen gaan oefenen. Er bestaan VERO’s voor fietsers en voor voetgangers.
Scholen kunnen de vaardigheid van hun leerlingen testen door hun leerlingen te laten deelnemen aan Het Grote Voetgangersexamen of Het Grote Fietsexamen. Tegenwoordig kunnen leerlingen van het laatste jaar middelbaar ook op school hun theoretisch rijexamen afleggen.
 
 
 

Hoe belangrijk is aandacht voor verkeer en mobiliteit?

Een kind moet leren om zich veilig alleen in het verkeer te bewegen. Veel ouders zijn bang om hun kinderen alleen te laten stappen of fietsen.  Ze zijn bezorgd om de veiligheid van hun kinderen en brengen hen liever met de auto naar school. Dat zorgt dan weer voor een verkeersonveilige schoolomgeving.
 
Jouw voorbeeld als ouder telt!
Natuurlijk is zelfstandigheid in het verkeer een geleidelijk proces. Door samen met je kind op pad te gaan, bouwt je kind zijn vaardigheden en zelfvertrouwen op. 
 
Alleen op pad?
 
Kleuters zijn letterlijk te klein voor het verkeer. Ze kunnen niet over een auto heen kijken. Door hun kleine gestalte zijn ze vaak niet zichtbaar voor andere weggebruikers. Tot de leeftijd van ongeveer acht jaar hebben ze een beperkter gezichtsveld. Ook hun aandacht is versnipperd. Ze leven in een fantasiewereld. Vanaf zeven à acht jaar hebben kinderen duidelijk meer realiteitsgevoel. Pas dan kunnen ze snelheden, rem- en stopafstanden min of meer inschatten.
Vanaf acht jaar kan een kind alleen de straat oversteken. Het gaat dan over een eenvoudige verkeerssituatie: één auto die van één kant komt. De meeste verkeerssituaties zijn wel wat ingewikkelder. Daar is een kind pas klaar voor vanaf tien à twaalf jaar. Kinderen die vaak in het verkeer oefenen, kunnen vlugger zelfstandig de straat op.
Als ouder moet je zelf inschatten of je kind er klaar voor is om zich alleen in het verkeer te verplaatsen. Dat hangt af van een aantal zaken: de leeftijd van je kind, hoeveel ervaring het al heeft opgedaan in het verkeer, zijn/haar verantwoordelijkheidszin, of je kind zich zeker voelt in het verkeer, …
 
Oefening baart kunst
 
De meeste kinderen wonen op fiets- of zelfs wandelafstand van de schoolpoort. Ze kunnen dus prima zonder auto op school geraken. Als ouder ga je best eerst na of je kind te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer op pad kan, vooraleer je in de auto stapt. Zo krijgt je kind het goede voorbeeld.  Elke auto minder in het verkeer, draagt bij tot een veiligere en gezondere omgeving.
Kinderen leren al doende. Hoe vaker je kind zich onder begeleiding in het verkeer begeeft, hoe beter het voorbereid is op het moment dat het zich zelfstandig op pad begeeft.
Fietsen is bovendien een leuke en gezonde activiteit voor je kind, waarbij het een aantal belangrijke lichamelijke vaardigheden ontwikkelt, bijvoorbeeld evenwicht houden.
Naarmate je kind fietsvaardiger wordt en zelfstandig de weg op kan, krijgt het ook meer autonomie. De fiets wordt een echt vervoersmiddel waarmee het zelfstandig ergens kan geraken. Ook te voet gaan, gecombineerd met een bus- of treinrit, vergroot de actieradius. Op die manier verklein je je rol als taxichauffeur behoorlijk!
 
 

Wat kan je doen?

Het goede voorbeeld geven
  • Kinderen leren door te imiteren. Als je zelf niet stopt of vertraagt aan een kruispunt, dan zal je kind dat ook niet doen. Draag zelf altijd je veiligheidsgordel in de auto, houd je aan de toegelaten snelheid, drink geen alcohol als je nog moet rijden en gebruik je gsm niet terwijl je rijdt. 
  • Gebruik de auto enkel wanneer het nodig is. Korte afstanden kan je te voet of met de fiets doen. Het STOP-principe wordt zo een automatisme voor je kind.
  • Zorg ervoor dat de fietsen in het gezin en de auto technisch in orde zijn. Werken de lichten en remmen goed? Zijn de banden goed opgepompt? Betrek je kind bij de controle en onderhoudsbeurt.
Je kind als maatstaf nemen
  • Houd rekening met de leeftijd en ontwikkelingsfase van je kind. Elk kind ontwikkelt zich op z'n eigen ritme. Veel kinderen hebben bijvoorbeeld moeite om de verkeersborden te begrijpen en interpreteren.
  • Zien is niet gelijk aan gezien worden. Het is niet omdat je kind een auto ziet, dat de bestuurder je kind ook gezien heeft. Toon dat oogcontact met de bestuurder belangrijk is: zien en gezien worden.
  • Kinderen reageren trager dan volwassenen en hebben meer tijd nodig om tot een beslissing te komen. Wanneer ze besluiten om over te steken, kan er ondertussen al een nieuwe auto aankomen. Oefen met je kind een aantal vaak voorkomende verkeerssituaties (een rondpunt naderen en oversteken, een drukke straat oversteken, …) en laat hem/haar meedenken.
  • Kinderen verwarren afstand vaak met grootte; voor een kind lijken grote dingen dichtbij en kleine dingen veraf. Een auto die naast een vrachtwagen rijdt, kan daardoor verder weg lijken, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Door ervaring leert een kind om de snelheid van het verkeer juist in te schatten. 
Jezelf goed informeren
  • Op internet vind je heel wat sites om je verkeerskennis te testen. Er zijn ook allerlei quizzen om je vaardigheden te oefenen. Zo voel je je zekerder als je je kind begeleidt en het een concrete verkeerssituatie uitlegt. In de rubriek 'Meer weten' vind je een overzicht van goede websites.
Samen met je kind op pad: te voet
  • Leer je kind van jongs af aan zijn/haar plaats als voetganger op de openbare weg. Bied voldoende oefenkansen door samen regelmatig te voet op pad te gaan. Geef het goede voorbeeld en leg uit wat je doet en waarom.
  • Houd het heel concreet voor jonge kinderen. Toon duidelijk wat een stoep is en waar de rand van de stoep is. Wat een zebrapad is en waarvoor het dient.
  • Ga op het voetpad altijd zoveel mogelijk langs de huizenkant of op de berm. Als er geen voetpad of berm is, stap je links op de rijbaan.
  • Hindernissen, zoals een gestalde fiets of een vuilniszak, ga je zoveel mogelijk langs de huizenkant voorbij.
  • Oversteken doe je op een zebrapad. Leer je kind dat als er op maximum 30 meter een zebrapad is, hij/zij dat moet gebruiken. Als er geen zebrapad is, steek recht over.
  • Je kind kan best niet oversteken tussen geparkeerde voertuigen. Kinderen hebben immers geen goed zicht over auto’s heen. Het probleem is dubbel: de kinderen zien het verkeer niet en de bestuurders zien de kinderen niet.
  • Rolschaatsers of steppers (jonger dan 16) mogen het voetpad of de berm gebruiken en moeten daarbij de regels volgen van de voetgangers en niet sneller dan stapvoets rijden. Rijd je wel sneller dan stapvoets, dan moet je het fietspad gebruiken en de regels volgen die van toepassing zijn voor fietsers.
Samen met je kind op pad: met de fiets
  • Een goede voorbereiding op het ‘echte’ fietsen is oefenen met een loopfiets. Zo leert je kind vaardigheden die nodig zijn bij het fietsen: sturen, evenwicht bewaren, op- en afstappen, afremmen en op tijd stoppen.
  • Leer je kind vervolgens fietsen op een fiets aangepast aan zijn/haar grootte in een verkeersluwe omgeving: in het park, in een doodlopend straatje,… 
  • Kinderen kunnen de basisvaardigheden van het fietsen enkel leren, als ze voldoende oefenen: op- en afstappen, vertrekken, vertragen, remmen en stoppen, richting houden, uitkijken en bochten maken. In deze handleiding vind je een toelichting op bladzijde 9. Pas als je kind die fietsvaardigheden voldoende onder de knie heeft, kan je oefenen op de openbare weg.
  • In het begin kies je best korte en vaste trajecten. Je kind mag tot 9 jaar op het voetpad rijden. Wanneer je merkt dat je kind het traject voldoende kent en redelijk vaardig is met zijn fiets, kan je hem/haar op de weg laten fietsen. Geef geleidelijk meer ruimte. Je spreekt dan bijvoorbeeld af dat je kind alleen mag fietsen tot aan het volgende kruispunt.
  • Door veel te oefenen wordt fietsen een automatisme. Je kind kan meer aandacht vrijmaken voor het verkeer. Zo leert je kind het verkeer goed in te schatten en krijgt het meer zelfvertrouwen op de fiets.
  • Voor je samen met je kind de baan op gaat, maak je best duidelijke afspraken. Bijvoorbeeld onmiddellijk stoppen als jij 'stop' roept, wachten aan een kruispunt,...Hou je opmerkingen zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld: Let op! Die rode auto voor je slaat linksaf.
  • In het begin rijd je best links naast je kind. Zo vorm je een barrière tussen het verkeer en je kind. Naarmate je kind meer fietservaring heeft, kan je achter hem/haar fietsen. Zo houd je zowel je kind als het verkeer in het oog. Na afloop kunnen jullie bespreken wat er goed liep en wat nog beter kan.
  • Alleen fietsen kan pas als je kind stuurvaardig is: het moet zijn arm kunnen uitsteken zonder het evenwicht te verliezen en achteruit kunnen kijken al fietsend. Natuurlijk moet het ook de verkeersregels kennen en een minimum aan verantwoordelijkheidszin hebben. Doe zelf de test!
Extra fietstips
  • De veiligste weg is niet altijd de kortste.
  • Het is een goed idee om het traject dat je kind alleen zal moeten fietsen, samen vooraf een paar keer te oefenen. Zo leert je kind je omgaat met moeilijke verkeerssituaties, en kan je tips en aanwijzingen geven over kruispunten of verkeersborden onderweg.
  • Laat je kind op tijd thuis vertrekken. Haastige kinderen zijn vaak onvoorzichtig. 
  • Zorg er voor dat je kind goed zichtbaar is op de fiets. Kies voor een felgekleurde jas, een rugzak met reflecterende stroken, fluohesje,…
  • Een fietshelm is niet verplicht, maar wel aan te raden. Bij een valpartij of een ongeval wordt het hoofd vaak geraakt, dikwijls met ernstige gevolgen.
  • Is je kind nog te jong of te onervaren om alleen naar school te stappen of te fietsen? Sla dan de handen in elkaar met ouders van kinderen uit de buurt. Spreek af om elk om beurt de kinderen naar school te begeleiden. Een voet- of fietspoolis een goede oplossing om op een veilige en plezante manier verkeersvaardigheden te oefenen.
  • Binnen de bebouwde kom mogen fietsers met twee naast elkaar rijden op de rijbaan. Als dat het kruisen met een voertuig uit de tegenovergestelde richting moeilijk maakt, moeten ze wel achter elkaar rijden. Kinderen tot negen jaar mogen op het voetpad rijden. Buiten de bebouwde kom mogen fietsers, als er geen fietspad is, op de rijbaan rijden. Ze mogen met twee naast elkaar rijden, maar moeten achter elkaar gaan rijden als er achter hen een voertuig nadert. Op het fietspad mogen fietsers steeds met twee naast elkaar rijden, op voorwaarde dat ze andere tweewielers niet hinderen. Met meer dan twee naast elkaar fietsen, mag niet!
  • Leer je kind dat het beter is om te stoppen en af te stappen als het zich niet zeker voelt. Twijfelt het aan een kruispunt, een grote weg, …? Dan is afstappen en even met de fiets aan de hand verder stappen de veiligste oplossing.
Samen met je kind op pad: in de auto
  • Leer je kind om altijd zijn veiligheidsgordel aan te doen. Klik de veiligheidsgordel van je kind niet zelf vast, zodat je kind de gewoonte krijgt om er zelf aan te denken. Zo zal je kind er ook aan denken als het met anderen meerijdt. 
  • Kinderen tot en met 1,35 meter moeten verplicht in het juiste autozitje vervoerd worden. Bij kinderen vanaf 3 à 4 jaar (ongeveer 18 kg.) combineer je de gordel met een verhogingskussen. Informatie over autostoeltjes vind je op de website van Kind en Gezin en het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid.
  • Woon je te ver om te voet of met de fiets naar school te gaan, dan bekijk je best eerst of je kind met het openbaar vervoer in school kan geraken. Het bus-, metro- of treintraject doe je best eerst samen met je kind. Leg uit waar het een kaartje moet kopen, hoe het op de bus kan bellen om af te stappen aan de juiste halte, … Als het traject doenbaar is voor je kind, kan het alleen op pad. Meestal zijn er ook andere kinderen die hetzelfde traject afleggen en kunnen zij met elkaar afspreken.
  • Als openbaar vervoer geen optie is, dan kan je je kind met de auto tot dichtbij de school brengen. Laat je kind best het laatste stuk te voet afleggen. Een beetje beweging is goed en geeft je kind de kans om toch wat ervaring op te doen in het verkeer. Sommige scholen organiseren ook een begeleide rij van een nabijgelegen parkeerplaats tot aan de schoolpoort.
  • Wie zijn kind met de auto naar school brengt, kan best contact zoeken met andere ouders. Samen kan je een carpool organiseren. Dat is milieuvriendelijk, even effectief, kosten- en tijdbesparend. Een carpool zorgt voor een schoolomgeving met minder auto's en dus veiliger voor fietsers en voetgangers.  

Meer weten?

Folders en websites voor ouders
 
  • Op de website van Mobiel 21 onder de rubriek aanbod voor scholen vind je allerlei links naar interessante projecten en campagnes en brochures.
  • De brochure  Op pad met fiets en kids (Mobiel 21) geeft allerlei tips om samen met je kind te oefenen.
  • Inzicht SOS Mijn kind op de fiets (Mobiel 21) Vanaf welke leeftijd kan mijn kind leren fietsen? En hoe oud moet het zijn om zo samen naar school te gaan? Wanneer kan mijn kind alleen met de fiets op pad? Het zijn vragen waar veel ouders mee worstelen. Deze Inzicht gaat er dieper op in.
  • Woensdag Samdag: de nieuwe campagne van Sam de Verkeersslang!  De boodschap is simpel: iedere woensdag gaan zoveel mogelijk kinderen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer naar school. Als apotheose spelen de scholen de Samweek in mei, met iedere dag Samdag om er een leuke verkeersweek van te maken! Al meer dan 700 Vlaamse basisscholen doen mee, misschien doet de school van je kind ook mee.
  • In de webshop van het BIVV vind je allerlei boeken, brochures en informatie over verkeersopvoeding. Sommige boekjes kan je online bestellen tegen betaling, andere kan je gratis downloaden.
  • Ook op de website van Ouders Online krijg je een allerlei tips rond hoe je je kind kan leren veilig in het verkeer te bewegen.
  • Over verkeer op school vind je veel informatie op de website van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde.
  • Help jij soms bij verkeersactiviteiten op school? Dan ben je een verkeersouder. Op de website Verkeersouders vind je informatiefiches die je tips geven om een groep jonge fietsers te begeleiden, om fietspoolen te organiseren, om de zichtbaarheid van je kind op de fiets te verzekeren, …
  • Ook interessant: ‘Tips voor ouders’ en ‘Fietsvaardigheden thuis’ van Meester op de fiets.
  • Kijk Uit! met filmpjes vol nuttige tips van de Federale politie.
  • Wegcode.be: alle informatie over de Belgische verkeerswetgeving.
  • Test je eigen verkeerskennis via De Grote Verkeersquiz.
 
Websites voor kinderen
 
  • Op de website van Aya, kan je samen met je kleuter video’s bekijken rond het verkeer.
  • Op de website van Verkeersland kunnen kinderen de verkeersborden inoefenen, deelnemen aan een verkeersquiz, … 
  • Op de website van Go For Zero vinden jongeren informatie en tips over veiligheid in het verkeer. Je vindt er ook filmpjes over verschillende thema’s (bv. “auto in = gsm uit”), 
  • Op de website van Digitips vind je een overzicht van online spelletjes en testen over verkeersveiligheid. 
  • Via de filmpjes van Zeppe & Zikki leren kinderen op een leuke en luchtige manier bij over veiligheid in het verkeer. 
  • Kinderen kunnen hun verkeerskennis (over te voet, met de fiets en per auto in het verkeer!) testen via de Grote Karrewiet Verkeersquiz.

Boeken voor ouders en kinderen

  • Vancoillie, M. (2008), Ik speel het verkeer: spelenderwijs het verkeer leren kennen Uitgave Sint-Niklaas: Abimo
  • Cantillon, E. A. (2004), Rood is stop, Uitgave Eindhoven: Imagebooks Factory
  • Amant, K. (2009), Anna in het verkeer, Uitgave Hasselt: Clavis 
  • Berebrouckx, A. (2008), Jules op de fiets, Uitgave Antwerpen: Zwijsen-Infoboek
  • Een fiets voor Bas (uitgeverij Averbode)
  • Zo werd Lowie een fietskonijn, Voorleesboekje, (kamishibai)
  • 20 fietsspelletjes. Leuke fietsoefeningen voor alle kinderen (Prov. Vlaams-Brabant)
  • Het grote boek van verkeersregels, (Davidsfonds)
  • Pas op val op, (2016), Lannoo
 
woensdag, september 7, 2016 - 16:43

Reageer

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek