Agressie bij kinderen

Alle kinderen vertonen weleens agressief gedrag. Naarmate een kind ouder wordt, leert het andere, meer aanvaardbare manieren om zich uit te drukken en om met negatieve gevoelens om te gaan. Op deze themapagina lees je meer over welke soorten agressie er bestaan en wat je kan doen wanneer je kind agressief gedrag stelt. 
 
Opgemaakt in samenwerking met Els Merlevede van de Universiteit Gent,
vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie.
Met dank aan het boek Agressie bij kinderen – Jan van der Ploeg (2014)

Wat is agressie?

Elk kind experimenteert met agressie
Alle kinderen vertonen weleens agressief gedrag. Dat kan zich uiten in roepen, schelden, dreigen spuwen, bijten, schoppen, slaan, spullen vernielen, … Agressief gedrag hangt nauw samen met zich bang, boos of verdrietig voelen. Jonge kinderen kunnen deze gevoelens vaak nog niet goed verwoorden en uiten zich daarom via gedrag.
Bij de meeste kinderen kent agressief gedrag een piek tussen het tweede en het derde levensjaar. Plotse driftbuien en koppig ‘nee’ zeggen kenmerken deze ‘peuterpuberteit’. Vanaf vier jaar vertonen de meeste kinderen minder agressief en dwingend gedrag. Kinderen leren gaandeweg hun gedachten en gevoelens in woorden uit te drukken. En ze hebben ondertussen leren ervaren hoe ze zich horen te gedragen. 
Sommige kinderen vertonen ook na de leeftijd van vier à vijf jaar agressief gedrag. Dat hoeft zeker niet altijd problematisch te zijn. Agressief gedrag bij een jong kind moet in de eerste plaats begrepen worden als normaal experimenteergedrag binnen een gezonde ontwikkeling. Maar agressief gedrag moet wel begrensd worden. Een kind moet mettertijd leren om negatieve gevoelens te beheersen en op een meer aanvaardbare manier te uiten. 
Elk kind experimenteert met agressief gedrag en boos worden.
 
Soorten agressie
Er bestaan verschillende vormen van agressie. Zo kan er een onderscheid gemaakt worden tussen fysieke agressie (lichamelijk pijn doen, vb. slaan) en verbale agressie (met woorden pijn doen, vb. schelden). Daarnaast wordt er ook vaak een opdeling gemaakt tussen directe agressie (zichtbaar of gemakkelijk op te merken, bv. roepen) en indirecte agressie (moeilijker op te merken, bv. pesten, stelen, dominante houding). Ten slotte is er een verschil tussen proactieve en reactieve agressie. Iemand die agressief reageert op een (zo gezegde) vijandige actie van een ander, is ‘reactief agressief’. Hij stelt zich agressief op omdat hij zich aangevallen of uitgedaagd voelt. Vaak gebeurt dit erg impulsief. Een voorbeeld is een kind dat een ander kind slaat omdat hij denkt dat het opzettelijk tegen hem liep. Daar tegenover staat ‘proactieve agressie’, waarbij iemand zelf agressie gebruikt om een bepaald doel te bereiken of om iemand anders te schaden. Deze agressie is weloverwogen en doelgericht. Dit kan dus nog niet bij erg jonge kinderen. Een voorbeeld is een kind dat een ander hardhandig opzij duwt om een bepaald speelgoedje te kunnen afpakken.

Hoe problematisch is agressie?

Wat gaat er schuil achter agressief gedrag?
Zoals eerder gezegd, moet agressief gedrag bij een jong kind in de eerste plaats begrepen worden als normaal experimenteergedrag binnen een gezonde ontwikkeling. Achter aanhoudend agressief gedrag kunnen ook andere oorzaken schuilen. Bijvoorbeeld:
  • Sommige kinderen ontwikkelen zich wat langzamer en hebben daarom iets meer tijd nodig om te leren hoe ze zich horen te gedragen en hoe ze kunnen omgaan met hevige emoties.
  • Sommige kinderen hebben wat meer moeite om taal onder de knie te krijgen. Ze voelen onmacht omdat ze hun boosheid en frustratie (nog) niet goed in woorden kunnen uitdrukken. 
  • Sommige kinderen hebben beperkte sociale vaardigheden en slagen er daardoor niet in om conflicten op een gepaste manier op te lossen, om rekening te houden met anderen, …
  • Andere kinderen hebben dan weer een hevig temperament en gaan daardoor sneller en extremer emoties uiten. 
  • Sommige kinderen groeien op in een onvoorspelbare of vijandige omgeving. Zij hebben heel wat negatieve ervaringen opgedaan. Daardoor kunnen ze snel het gevoel hebben dat ze worden aangevallen, dat een ander hen met opzet wil kwetsen, dat een situatie negatief is, … en gaan zich daarom defensief of agressief opstellen.
  • Sommige kinderen proberen via agressief gedrag de aandacht van hun omgeving te trekken. 
  • Kinderen die moe zijn en moeilijk slapen, kunnen sneller prikkelbaar zijn en agressief reageren.
  • Wanneer kinderen ondervinden dat ze door agressief of negatief gedrag hun zin krijgen, zullen ze dit gedrag steeds vaker gaan vertonen. 
  • Kinderen die zich slecht in hun vel voelen of een lage zelfwaarde hebben, proberen soms hun onzekerheden te verbergen achter agressief of stoer gedrag.
Als agressie een probleem wordt
Er stelt zich een probleem als een kind zich steeds opnieuw anderen fysiek of verbaal pijn doet. Agressief gedrag is dan eigenlijk een stabiel patroon geworden in het contact met anderen. Wanneer het kind ouder wordt en het agressieve gedrag aanhoudt, vermindert de kans dat agressie er nog ‘vanzelf’ uitgroeit. Integendeel, het agressieve gedrag neemt vaak nog toe. Deze kinderen hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van gedragsproblemen en antisociaal gedrag zoals spijbelen, delinquent gedrag of middelengebruik.
In de praktijk is het niet altijd eenvoudig om een lijn te trekken tussen enerzijds agressie die eenmalig voorkomt of die past bij de leeftijd van het kind, en anderzijds ‘probleemgedrag’. Veel hangt af van hoe dikwijls het kind agressief gedrag stelt, hoe lang het duurt voordat het kind terug kalm is, hoeveel schade er veroorzaakt werd, … Er is meer reden tot bezorgdheid als een kind zich in verschillende omgevingen en bij verschillende personen regelmatig agressief gedraagt, en als het gaat om ‘proactieve’ agressie.
 
Een agressief kind valt snel uit de boot
Een kind dat door agressief gedrag zijn zin krijgt, zal zich op dat moment heer en meester voelen. Maar op lange termijn zal het hier zelf onder beginnen lijden. Een kind dat bij conflicten steeds met agressie reageert, leert niet hoe het gepast met een moeilijke situatie kan omgaan. Het kind gaat met andere woorden belangrijke sociale vaardigheden te weinig oefenen: leren delen, je beurt leren afwachten, met frustratie kunnen omgaan, een compromis sluiten,… Dat gebrek aan sociale vaardigheden roept vaak frustratie, en die frustratie gaat het kind opnieuw op een agressieve manier uiten.  
In contact met andere kinderen gaat een kind dat zich agressief opstelt dikwijls uit de boot vallen. Andere kinderen spelen liever niet met dat kind, want het verstoord vaak het spel of is heel dominant. Het kind legt vaak makkelijker contact met andere kinderen die gelijkaardig negatief gedrag stellen, wat het storende gedrag nog kan versterken. Op school nemen leerkrachten soms afstand van het kind omdat het zich weinig houdt aan regels en afspraken of omdat het op een storende manier om aandacht vraagt. Dat alles kan ervoor zorgen dat het kind het gevoel krijgt nergens bij te horen. Bij sommige kinderen kan dit leiden tot een negatief zelfbeeld, een depressieve stemming of (faal)angst.
 
Een kind dat aanhoudend agressief gedrag stelt, moet begrensd worden. Het heeft van volwassenen in de buurt nodig dat zij duidelijk meegeven dat dit gedrag niet kan, dat ze tonen hoe het kind situaties dan wél kan aanpakken en dat ze het kind hierbij ook regelmatig helpen. Bij ‘wat kan je doen’ lees je meer over hoe je kan reageren wanneer een kind agressief gedrag stelt.

Wat kan je doen?

  • Probeer negatief aandacht vragend gedrag zoveel mogelijk te negeren. Als je kind stout is, ben je misschien geneigd om op hem/haar in te praten tot het negatieve gedrag stopt. Maar je kind gaat daardoor het idee krijgen dat stout zijn er vooral voor zorgt dat volwassenen tijd en aandacht voor hem hebben. Een kind ervaart aandacht, ook al is die negatief, als een soort beloning. Daardoor zal het in de toekomst nog vaker dit soort negatieve gedrag vertonen. Probeer negatief gedrag dus zo veel mogelijk te negeren.
  • Effectief negeren betekent je afwenden van je kind, niet communiceren, even geen oogcontact maken en een neutrale uitdrukking houden. Je kan je kind gerust meedelen dat je het vanaf nu zal negeren tot het opnieuw gewenst gedrag stelt. Bijvoorbeeld: ”Zolang jij blijft roepen, ga ik niet op je reageren. Als jij rustig wordt en terug gewoon praat, dan zal ik opnieuw naar je luisteren.” Als negeren moeilijk lukt, dan kan je je kind even apart zetten om zo alle aandacht weg te nemen.
  • Maak je kind duidelijk dat agressief gedrag niet door de beugel kan. Als je kind agressief gedrag stelt waarbij het zichzelf of anderen pijn doet of iets vernielt, geef dan duidelijke grenzen aan. Zeg je kind kort en krachtig welk gedrag niet kan. Daarbij is het belangrijk om mee te delen dat je merkt dat je kind zich boos/gefrustreerd/verdrietig voelt en dat deze gevoelens er mogen zijn. Leg uit dat het goed is om gevoelens te uiten, maar niet door elkaar pijn te doen of iets stuk te maken. 
  • Maak de situatie weer veilig. Als je kind jou of anderen fysiek pijn doet, dan zal je er eerst voor moeten zorgen dat de situatie weer veilig is. Dat kan bijvoorbeeld door je kind apart te zetten. Dit is een korte straf die een duidelijke grens aangeeft, en waarmee je tegelijk verhindert dat je kind nog langer anderen pijn doet of spullen beschadigt. 

Probeer niet toe te geven, verwoord duidelijk wat je van je kind verwacht en blijf consequent volhouden.

  • Vermijd dat je kind zijn zin krijgt door agressief gedrag. Het kan knap vervelend zijn als je kind een scène maakt in de winkel om een snoepje. Misschien wil je je kind soms gewoon zijn zin geven om het gedrag te doen stoppen. En als je kind protesteert als je het een opdracht geeft (vb. opruimen), dan kan je in de verleiding komen om de taak al gauw zelf uit te voeren. Dat is begrijpelijk: je wil dat het vooruit gaat en je wil escalatie vermijden. Maar op deze manier leert je kind dat het met agressief gedrag zijn doel kan bereiken. Hoe vaker agressief of dwingend gedrag succes heeft, hoe moeilijker het wordt om dit patroon te doorbreken. Probeer dus niet toe te geven, verwoord duidelijk wat je van je kind verwacht en blijf consequent volhouden.
  • Geef je kind een alternatief gedrag. Door te zeggen dat iets niet mag, leert je kind wel grenzen kennen, maar leert het niet hoe het zich dan wél moet gedragen. Probeer je kind telkens een alternatief aan te reiken en leg uit hoe je wil dat hij/zij zich wél gedraagt. Maak dit zo concreet mogelijk. Voor je kind is de opdracht ‘braaf zijn’ vaag, want wat moet het dan precies doen en hoe moet het dan omgaan met plotse boosheid? Een voorbeeld van een concreet alternatief is je kind zeggen dat het niet mag slaan, maar dat het bijvoorbeeld wel in een kussen mag knijpen als het boos is, even naar buiten moet gaan om af te koelen, … 
  • Reageer op het gedrag van je kind, niet op zijn persoonlijkheid. Kinderen die zich agressief gedragen, lijden daar zelf onder. Ze krijgen veelvuldig opmerkingen, zijn snel verwikkeld in ruzies en worden door andere kinderen soms gemeden. Dat kan leiden tot een negatief zelfbeeld en veel frustratie. Door je kind op zijn gedrag aan te spreken (‘je mag niet slaan’) en niet op zijn persoon (‘jij bent stout’), verminder je de kans dat het zich persoonlijk verworpen voelt en het idee krijgt dat hij/zij niet de moeite waard is.

Zeg niet enkel wat niet mag, maar zeg ook zo concreet mogelijk hoe je wil dat je kind zich wél gedraagt.

 

  • Geef je kind extra aandacht voor wat het goed doet. Probeer oog te hebben voor wat je kind goed doet, zelfs al is dat maar iets heel kleins. Beloon je kind hiervoor met een complimentje, extra aandacht, een knuffel, … Op die manier werk je op twee sporen tegelijk: je negeert agressief gedrag en je stimuleert positief gedrag.
  • Blijf betrokken. Agressief en negatief gedrag bij kinderen vraagt veel energie van ouders. Steeds weer in discussie gaan met je kind, moeten straffen, zelf gespannen raken … kan de relatie tussen jou en je kind soms zwaar maken. Misschien heb je soms even geen zin om je kind in de buurt te hebben. Probeer toch te blijven investeren in de band met je kind: toon interesse in zijn/haar leefwereld, luister naar wat je kind wil vertellen of vertel zelf eens iets aan je kind, onderneem samen een activiteit, maak eens een grapje of lach samen om iets leuks, …
  • Stimuleer sociale vaardigheden. Bij sommige kinderen sluimert er achter agressief gedrag een gebrek aan sociale vaardigheden. Vaardigheden die vaak meespelen zijn jezelf leren beheersen, kunnen verwoorden wat je denkt/voelt, jezelf kunnen kalmeren en troosten, inzien dat sommige dingen per ongeluk gebeuren en dat er geen kwaad opzet in het spel is, je inleven in anderen, … 
  • Help je kind om zijn gevoelens te leren verwoorden. Als je kind terug kalm is, neem dan samen even tijd om na te gaan wat er vanbinnen bij hem/haar precies gebeurde. Voelde hij zich boos, verdrietig, teleurgesteld, onbegrepen, verveeld, …? Misschien kan je kind dit zelf (nog) niet goed uitleggen. In dat geval kan je je kind helpen door een aantal mogelijke gevoelens op te sommen of door te beschrijven wat jij bij je kind zag gebeuren. Je kind kan dan aangeven wat het herkent en leert zo gevoelens met taal kenbaar te maken in plaats van met storend gedrag. Je kan je kind bijvoorbeeld ook vertellen wat jij als ouder voelde/voelt en hoe je met die gevoelens probeert om te gaan. 

Meer weten over agressie bij kinderen?

Brochures voor ouders

Boeken voor ouders

Boeken voor kinderen
  • Haal de grrrr uit agressie – E. Verdick & M. Lisovskis (2007). Nederlands boek voor kinderen tussen 10 en 14 jaar die willen leren hoe ze met boosheid kunnen omgaan.
  • Boos - Jane Bingham (2009). Nederlands boek voor kinderen van 3 tot 5 jaar over omgaan met boosheid.  
dinsdag, november 4, 2014 - 09:44

Reageer

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek